Zo peilen we het weer
We combineren zes onafhankelijke stemmen: ECMWF, ICON, UKMO, ECMWF AIFS, GFS en GEM. Sterkere modellen wegen iets zwaarder.
Overeenstemming is niet genoeg
Modellen kunnen samen fout zitten. Daarom combineren we modelovereenstemming met echte ensemblespreiding en de afstand tot de voorspelde dag.
Waarom niet Yr?
Yr gebruikt boven Nederland ECMWF. Dat als extra stem tellen zou ECMWF dubbel wegen. Harmonie gebruiken we alleen voor lokaal detail tot 48 uur; het draait op ECMWF-randvoorwaarden en is geen onafhankelijke stem.
Wat de waaier en de pluim laten zien
Op elke dagpagina staat de temperatuur uur voor uur, met zes lijnen: een per model. Lopen die lijnen halverwege de middag uit elkaar, dan is dat uur nog niet beslist en zegt een enkel getal meer dan de modellen weten. Eronder staat per uur hoeveel van de zes modellen op dat moment neerslag zien.
Op de zonepagina staat de achtdaagse pluim. Het donkere vlak bevat de helft van de ensembleleden, het lichte vlak vier van de vijf. Dag 1 is vrijwel een streep, dag 8 een waaier. Die verbreding is geen slordigheid maar de onzekerheid zelf: precies het deel dat een gewone weersverwachting wegpoetst.
Weerzones, geen weerstations
Weerpeil toont geen meetstations. De modellen rekenen in roostervakken van tientallen kilometers, dus is Nederland verdeeld in 38 weerzones. Elke Nederlandse woonplaats valt in precies één zone en krijgt de verwachting van die zone.
Daarom staan er in een titel plaatsnamen die verderop kunnen liggen: dat zijn voorbeelden uit dezelfde zone, niet de plek waar gemeten is. Voor de modellen is het hetzelfde rekenpunt, dus zou een aparte pagina per dorp dezelfde cijfers herhalen met een andere naam erboven. Wat lokaal wél verschilt is de buienkans; een bui van vijf kilometer breed trekt niet over de hele zone.